Mijn antwoorden uit het interview in Humo (door Jeroen Maris) kan je hier lezen.
De generatieclash: De brandbrief van de twintigers
Daar zijn ze plots: de twintigers. Lang hebben we niet geweten waar ze precies voor staan, het jonge volkje dat geboren is na 1980. Maar sinds de aanzet tot pensioenhervorming van de regering-Di Rupo, en de hyperventilerende reactie van de vakbonden daarop, is er geen houden meer aan: de millenials - ook wel: Generatie Y - roeren zich, en wel met luide stem. Dat hun ouders - de babyboomers - de bomen tot in de lucht hebben laten groeien, en dat de weerslag nu volgt. Dat de vakbonden hun ingebakken nukkigheid moeten laten varen, want dat de welvaartstaat dreigt te kapseizen. En vooral: dat we met z'n allen langer zullen moeten werken - óók de babyboomers die hun prepensioenvaliesje al aan het pakken zijn. Zonder dat we 'm hebben zien komen, is-ie daar: de generatieclash.
Humo bracht vier van die millenials samen. Pieter Marechal (29) is de voorzitter van JONGCD&V, en gespecialiseerd in het thema. Annelies Roose (25) heeft een master in geschiedenis, volgt nu een opleiding journalistiek, en blogt onder het kopje 'Nieuws doet wat met een mens'. Thomas Stroobants (20) studeert architectuur, haalde het nieuws door uit protest tegen de staking van begin december van Alken naar Gent (130 kilometer!) te wandelen, en beheert de Facebookpagina 'Het kan anders'. En Sara-Jane Deputter (26) werd door Peeters & Pichal uitgeroepen tot 'hipste ambtenaar van het land'. Ze werkt voor de FOD Economie en is één van de bezielers van Club 35, een netwerk van jonge ambtenaren die de openbare sector proberen te moderniseren. Wat ze delen: een boze bekommernis om de toekomst van hun generatie, en een van alle franjes ontdane realiteitszin. En een franke teut, natuurlijk.
<HUMO> Marechal steekt van wal, en vat de problemen nog eens kernachtig samen.
<Pieter Marechal> «Er kondigt zich een generatieclash aan op twee vlakken. Op het eerste niveau gaat het over de hoge staatsschuld die ingelost moet worden, wat nog eens extra bemoeilijkt wordt door de vergrijzing. Decennialang is er veel welvaart gecreëerd, maar daarvoor heeft het land zich wel flink in de schulden gestoken. Nu zijn we op het moment gekomen dat die absoluut afbetaald moeten, en blijkt dat de mensen die dat moeten doen met veel minder zijn dan de generatie ervoor. En dan moeten we ondertussen ook nog eens de pensioenen betalen, de gezondheidszorg draaiende houden, de hele sociale zekerheid redden. Dat kán niet, tenzij we alle hens aan dek roepen. Daar situeert zich dus de eerste clash: de jonge generatie die beseft dat ze langer en harder zal moeten werken, de babyboomgeneratie die nog steeds hoopt vroeg op pensioen te kunnen. »Op het tweede niveau gaat het over een samenleving die voordelen toekent op basis van het criterium leeftijd. In de verloning, bijvoorbeeld. We vinden het normaal dat er zoiets bestaat als anciënniteit - hoe langer je werkt, hoe beter je daarvoor betaald wordt. Maar is het wel zo normaal dat jij, als je dezelfde job doet als een collega van vijftig, veel minder krijgt dan die collega? Of neem het openbaar vervoer: waarom moet dat per definitie gratis zijn voor senioren? Waarom kennen we die voordelen niet toe op basis van andere criteria - armoede, een handicap? De basis van onze welvaartstaat is: mensen die het moeilijk hebben, geven we een duwtje in de rug. Maar is het dan ook nodig dat we mensen op basis van leeftijd grote voordelen geven?»
<HUMO> Veel babyboomers denken daar anders over. Is het wel kies om mensen hun duur bevochten verworvenheden af te nemen?
<Marechal> «De eerste stappen zijn nu gezet door de regering, maar het werk is niet gedaan. Er wordt nog onvoldoende rekening gehouden met de stijgende levensverwachting. De babyboomers hebben sowieso al de kortste loopbaan uit de geschiedenis, en ze zullen ook nog eens tot hun tachtigste of negentigste leven. Héél die periode van pensioen zal door ons betaald moeten worden. Dan is het absoluut niet misplaatst om te vragen om nog wat langer te werken, zodat die last toch al een ietsje verlicht wordt. »Ik denk dat de ernst van de situatie nog altijd niet tot in de hoofden is doorgedrongen. In 2030 zal het armoederisico groter zijn voor een jongere die werkt dan voor een gepensioneerde. Over achttien jaar hebben wij dus meer kans om in de armoede te belanden - ondanks onze job - dan wie op dat moment van een pensioen leeft. Dan krijg je het Amerikaans principe van de working poor: jongeren die hard werken, een loon verdienen, maar daarmee niet rondkomen. Mensen moeten wakker worden. Je mag dat risico écht niet onderschatten. »In onze buurlanden zitten ze al veel verder. Wij hebben de bocht ingezet, maar hij moet nog veel scherper.»
<HUMO> De levensverwachting stijgt. Maar dat verandert toch niets aan het feit dat een mens vanaf z'n vijftigste een grotere kans loopt op fysieke of mentale averij? Het is toch perfect plausibel dat een havenarbeider op z'n 55ste óp is, of dat iemand met een stresserende job dan fundamenteel moe is?
<Marechal> «En toch. Telkens ik ergens ga spreken over de noodzaak van een hervorming, zeggen mensen me: 'Akkoord, we begrijpen het, maar ík verdien wel een uitzondering om die of die reden.' Maar zo beland je in een situatie waarin iederéén een uitzondering opeist, en er uiteindelijk niets verandert. We moeten echt met z'n allen meer John F. Kennedy worden. Niet denken: wat kan het land voor mij doen? Wel: wat kan ik voor het land doen?»
<Marechal> «We moeten naar een ander soort loopbaan. Ik heb vrienden die zes jaar werken, en al drie verschillende jobs hebben gehad, in totaal verschillende sectoren. Daar moeten we naartoe. We moeten onze baan ook anders invullen. Onze dag zelf inplannen, flexibeler switchen tussen vrije tijd en werk - dat houdt het allemaal aangenamer.»
<HUMO> In de vakbonden vinden jullie geen bondgenoot. Die reageerden op de pensioenhervorming met het aloude koningskoppel staking - betoging.
<Marechal> «De vakbonden hebben hetzelfde probleem als politici: ze lijden aan een kortetermijnfocus. Er komen sociale verkiezingen aan, en dus moeten de leden nu naar de mond gepraat worden.»<Marechal> «De vakbonden laten een enorm gat in de markt gewoon liggen. Want de eerste vakbond die de jonge generatie ernstig neemt, en een aantal verworvenheden in vraag durft stellen, lanceert zo een enorm charmeoffensief. De eerste vakbond die zegt: 'Wij lopen de 21ste eeuw binnen, en denken op lange termijn,' wel, die heeft álle jongeren mee.»
<HUMO> Hoe zit het met jullie vertrouwen in de politiek? Want van daaruit zullen de beslissingen moeten komen, natuurlijk.
Pieter, jij bent zelf politicus?
<Marechal> «Maar ik kan me evenmin vinden in de politieke mores van de oude generatie - kortetermijndenken, macht om de macht, postjespolitiek. Dat is zo old school. Misschien ben ik naïef, maar ik geloof dat het anders kan. »We mogen de politiek echt niet links laten liggen. De parlementaire democratie blijft nu eenmaal het minst slechte van alle systemen. En die democratie moet gevoed worden met jong talent. Partijen vergrijzen ook: er is jonge stootkracht nodig.»
<HUMO> Als grote bedrijven geen goeie voorwaarden krijgen, sluiten ze hun boeltje in België en beginnen ze opnieuw in Polen of Griekenland. En dan zijn we nog slechter af, niet?
<Marechal> «En toch moeten we ons wapenen tegen simplisme. Zeggen dat de banken en de multinationals de crisis moeten betalen, is naïef en simplistisch, en bovendien intellectueel niet correct. De gigantische staatsschuld was er al voor de grote bankencrisis, hè. Neen, het zal van iederéén moeten komen - en het is naïef om te denken dat het anders kan.»
<HUMO> Opmerkelijk: de ouderen hadden het vroeger steevast over 'de verwende jeugd van tegenwoordig.' Nu zijn het de jongeren die hun ouders als verwend labelen.
<Marechal> «Als er de volgende jaren al economische groei zal gecreëerd worden, zal elke percent daarvan geïnvesteerd moeten worden om de pensioenen betaalbaar te houden. Dat is een scheeftrekking van het systeem, dat klopt niet. In die zin wil ik een noodkreet slaken. Er is niet nagedacht over hoe wat uitgebouwd is overgeleverd kan worden aan de volgende generatie.»
<HUMO> Toch: zijn jullie niet een beetje ondankbaar tegenover de generatie van jullie ouders?
<Marechal> «Ik ben héél dankbaar ten opzichte van de voorgaande generaties. Die van mijn grootouders heeft na de Tweede Wereldoorlog het land heropgebouwd en welvaart gecreëerd. Maar dan is het ergens foutgelopen, en zijn we begonnen met veel te veel schulden te maken.»
<HUMO> Zien jullie de toekomst somber in?
<Marechal> «Dat is mijn grote vrees. Jongeren verlaten crisislanden als Portugal en Griekenland nu massaal. Naar andere landen in Europa, maar ook - in het geval van de Portugezen - naar bijvoorbeeld Angola. Daar vinden ze makkelijker werk en verdienen ze meer. Die gedachte moet ons angst aanjagen. We leven in een vergrijzende samenleving: als de jongeren dan ook nog eens gaan vertrekken, wat blijft er dan nog over? »De jongere generatie moet aan hacktivism doen - jongeren moeten hun eigen toekomst hacken. Op een originele manier je eigen weg zoeken, ondernemend zijn, nieuwe dingen verzinnen. Maar doe het hier - loop asjeblieft niet weg.»
<HUMO> Jullie generatie werd lang een zekere apathie verweten - ze heette kleurloos, materialistich en niet geëngageerd te zijn. Nu krijgen jullie eindelijk een eigen gezicht.
<Marechal> «Ik geloof écht dat onze generatie een straffe is. We hebben de juiste waarden, een goeie mentaliteit, we hebben degelijk onderwijs genoten. Wij willen iets en we kunnen iets. Ik vind het verschrikkelijk als we afgedaan worden als een suffende, apathische generatie. We zijn de switchgeneratie, ja: we doen niet ons hele leven hetzelfde werk, we blijven niet ons hele leven lang in dezelfde verzuilde vereniging. Maar al die verschillende dingen die we doen, doen we wel heel gedreven.»
<HUMO> Maar het engagement is er pas gekomen toen de eigen portemonnee in gevaar kwam. Jullie hebben nooit massaal geprotesteerd tegen de mistoestanden in de grote wereld.
<Marechal> «Studies hebben aangetoond dat global warming op nummer één staat in het lijstje van zaken waar jongeren van wakker liggen. En bij projecten als 'Music for Life', waar het heel duidelijk is waartoe je bijdraagt, is de respons gigantisch. Dit is een generatie die wél in de vrieskou zelf ingepakte pralines wil gaan verkopen voor een goed doel. »En nog iets: het gaat om meer dan onze eigen portemonnee. Wij zijn een generatie die op lange termijn durft te denken - dat is toch knap? Wij slaken deze noodkreet niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze kinderen.»
<HUMO> Maar hoe gaan jullie gehoor vinden? Jullie zijn niet georganiseerd - geen politieke partij, belangenvereniging, actiegroep of vakbond.
<Marechal> «Het is net de kracht van de millenial-generatie dat we niet samen in een één vakbondachtige club moeten zitten om met één stem te spreken. Het internet is onze force. Wij zijn connected genoeg om een visie uit te dragen. Onze netwerken - Facebook, Twitter, noem maar op - zijn niet grijpbaar, wél krachtig. »Als het ooit echt nodig blijkt, krijgen we heus wel gemobiliseerd voor protest op de old school manier - een mars op Brussel, of iets in die aard. Ben ik zeker van.»
«We moeten nu absoluut onze stem laten horen. Doen we dat niet, dan zal de oudere generatie denken dat we niet geïnteresseerd zijn, of erger nog: lui.»
<HUMO> Los van wie het gelijk aan z'n kant heeft: is zo'n generatieclash niet vooral heel pijnlijk?
<Marechal> «Ja. Ik kan het perfect vinden met mijn ouders en grootouders, en dat geldt, denk ik, voor het grootste deel van mijn generatie. In 1968 kwamen de jongeren echt op straat tégen hun ouders - ze wilden een andere moraal, een andere manier van leven. Bij ons gaat het niet om waarden. Die deel ik namelijk met mijn ouders, wij zien de wereld op dezelfde manier. Maar: socio-economisch is er iets foutgelopen.»
«We moeten, net zoals na de Tweede Wereldoorlog, naar een groot, de generaties overspannend project voor onze samenleving. We zitten op een kantelpunt in West-Europa: als we niet opletten, verdwijnt die hele welvaarstaat. We hebben nood aan een oudere generatie die bereid is te blijven werken, en aan een jongere generatie die de moed niet verliest en bewust kiest om hier te blijven - dat is de hele essentie. En die jonge generatie is wakker geworden, en durft nu de dingen in vraag te stellen. Wij zijn niet de generatie van de naïeve idealen. Wij willen de wereld niet brutaal veranderen. Wij willen het systeem niet torpederen - wij willen het reanimeren.»




Reacties