In zijn nieuwe boek, ‘The Origins of Political Order’, heeft Francis Fukuyama het over politieke systemen doorheen de tijd. Eén van de interessante zaken die hij naar voor brengt, is het bestaan van interne controlemechanismen, bij meerdere historische rijken, om nepotisme te voorkomen. Van Chinese eunuchen over Ottomaanse slaafsoldaten, die op jonge leeftijd uit hun familie weggehaald werden, tot het celibaat bij priesters in onze christelijke wereld. Telkens werden er systemen ingebouwd om te voorkomen dat een klasse van machthebbers enkel rekening zou houden met de belangen van hun eigen kinderen.
In ons hedendaags politiek systeem hebben we meerdere mechanismen om te voorkomen dat nepotisme uit de hand zou lopen. Maar ons systeem kent een veel groter deficit. Wij slagen er namelijk niet in om de belangen van al onze kinderen, van de volgende generaties, mee te nemen in het beleid. De manier waarop we omgaan met verkiezingen, de hoogdag van onze democratie, zorgt ervoor dat de politieke machthebbers allen verblind naar die lichtbak staren. Voor alles wat zich na die dag bevindt, hebben ze geen oog. De belangen van de jonge en toekomstige generaties nemen ze dan ook niet mee in het beleid.
Generatieclash voorkomen
Dat toekomstperspectief voor de jonge generatie wordt vandaag vaak tegenover de belangen van de oudere generatie geplaatst. Termen als intergenerationele solidariteit komen steeds vaker op. Ouderen voelen zich bedreigd door een mogelijke generatieclash. Onterecht natuurlijk. De Millennials hebben enkel het beste voor met hun ouders en grootouders. Maar we kunnen onmogelijk een blanco cheque tekenen die we straks nooit meer kunnen afbetalen. De kosten van de vergrijzing, bovenop de schuldenberg, zullen dan ook gedeeld moeten worden.
De oplossing is er een die we kunnen onderbrengen onder de noemer van intergenerationele rechtvaardigheid. Elke generatie levert een deel van de inspanningen. De jonge generatie zal langer en harder werken. De babyboomers vragen we om hun pensioen nog even uit te stellen. En de oudste generatie vragen we om eventuele stijgingen van pensioenen door te voeren via verschuivingen binnen het bestaande pensioensysteem. Dit zijn duidelijk geen voorstellen die aansturen op een generatieclash. Toch durven politici ze niet door te voeren uit vrees de grote groep babyboomers tegen de haren strijken. Opnieuw de lichtbak van de volgende verkiezingen dus die zorgt dat we de horizon niet meer kunnen zien.
Toekomstperspectief
Politici die de lange termijn voor ogen hebben, zijn dan ook al decennia lang uitzonderingen. De verantwoordelijkheid hiervoor bij de kiezers leggen, waaronder veel ouderen, die ons bij elke verkiezing kunnen afstraffen, is echter fout. Zij die ervoor kiezen de vertegenwoordigers van het volk te zijn, hebben de plicht hen een plan voor te leggen dat niet enkel morgen, maar ook overmorgen omvat. Dat zijn niet altijd de populairste maatregelen, maar zeggen waar het op staat moet én kan wanneer je mensen een toekomstperspectief kan aanbieden. Iedere jongere wil met hoop de toekomst tegemoet kunnen treden. En welke (groot-)ouder wil nu niet het beste voor zijn kinderen en kleinkinderen?
Millennials aan de macht
Na het debat met enkele jongerenvoorzitters in De Zevende Dag van 19 juni 2011 twitterde iemand dat we nu de jonge generatie aan de macht moeten brengen. Over 20 jaar zou het volgens hem te laat zijn, omdat we dan zelf geen belang meer zouden hebben bij de veranderingen waar we nu voor pleiten. Ik juich het toe dat onze generatiegenoten mee aan de macht komen, maar dan vooral omdat Millennials de juiste mentaliteit hebben om vandaag aan politiek te doen. Over alle partijgrenzen heen zijn we het er namelijk over eens dat je in 2011 een politiek moet voeren met de blik op 2030. Deze generatie mag die principes nooit verloochenen, ook niet over 20 jaar. Want het gaat niet enkel om onze belangen, maar ook over die van onze kinderen en kleinkinderen. En hun kinderen en kleinkinderen,…
Rentmeesterschap
Dezelfde Francis Fukuyama waar ik het zonet over had, kondigde in zijn bekendste werk (The End of History and the Last Man) in 1992 aan dat het einde van de geschiedenis bereikt was. Onlangs verduidelijkte hij in een interview in Knack dat hij met 'the end of history' eigenlijk 'het doel van de geschiedenis' in gedachten had. Persoonlijk heb ik die visie nooit kunnen bijtreden. Als historicus is de gedachte aan het einde van de geschiedenis sowieso onaangenaam voor me, maar vooral het feit dat de geschiedenis geen doel meer zou hebben, stoort me enorm.
Het leven op zich brengt namelijk een doelstelling met zich mee. Beheren en beter maken. En dat is ook doorheen die geschiedenis de taak geweest van zij die het voor het zeggen hadden en aan politiek deden. Jammer genoeg is een bepaalde generatie die mentaliteit ‘along the road’ verloren. Als vandaag meer mensen het rentmeesterschap zouden omarmen, zouden we onszelf terug als doel kunnen stellen om onze kinderen een wereld na te laten die in een even goede (en wie weet zelfs een betere) staat is, als degene die we ze zelf gekregen hebben. Laat dat voortaan onze nieuwe politieke leidraad zijn.




Reacties